Door Unknown

Ontspoord (1)


De kalende man die eenzaam op het koude tramperron stond zag er niet uit alsof hij de wortel van één kon trekken of het antwoord kon geven op de vraag of een kilo veren zwaarder is dan een kilo lood. Het was half acht in de morgen en ik liep ondanks m'n slaperige hoofd met m'n walkman op naar het uiterste einde van ditzelfde stukje wachtplaats. Ik zag de man halverwege staan in een lange jas tot op zijn schoenen die hem net iets te groot leek. Doch wat het meest opviel was zijn grote snor die zich vanonder zijn neus naar twee kanten uitstrekte als wilde hij contact leggen met beide schouders. Toen ik de snor passeerde was ik dan ook niet helemaal verbaasd toen mijn rugtas leek te blijven haken achter dit gigantisch uitstekende wonder der natuur. Het was echter de linkerhand van de man die mijn tas tegenhield. Omdat ik er weinig in zag mijn weg zonder tas te vervolgen - wat een dag zonder brood zou betekenen - hield ik stil en draaide mij enigszins. De man keek me verontschuldigend aan en bewoog zijn lippen. Het idee kwam in mij op om mijn walkman af te zetten zodat de communicatie ietwat soepeler zou verlopen. Danny Dio rapte nog "De uitweg prijkt beneden hem, zo'n 100 meter", waarna de stopknop van mijn walkman zijn uitweg uit mijn hoofd betekende. Terwijl ik een oordopje uit mijn oor haalde zei ik "Sorry?". "Sorry", zei ook de man, die enigszins zenuwachtig overkwam, "maar weet u hoe laat de tram komt?". Ik had werkelijk geen idee, aangezien de tram altijd vanzelf wel op kwam dagen en ik nog nooit langer dan één track had hoeven wachten. Slaperig en met een onverschillige stem antwoordde ik "O, die zal zo wel komen..". Ik werd wat wakkerder door het feit dat de man mij een hand leek te willen geven, me overdreven bedankte met een hoop warrig door elkaar gesproken woorden die men stuk voor stuk zou kunnen bezigen wanneer men een vreemde bedankt voor een kleine dienst, maar die men nooit allemaal achter mekaar gebruikt. Ik staarde de man, die alweer de horizon afspeurde naar een eventueel naderende tram, even verdwaasd aan, haalde mijn schouders op en liep verder naar het einde van het perron.

Toen ik mij daar aangekomen omdraaide zag ik in de verte de tram uit de mist komen. De snor, die hem natuurlijk ook gezien had, begon plots driftig heen en weer te lopen. Hij beperkte zich daarbij tot een ruimte van zo'n drie meter die hij met korte passen aflegde, om dan om te keren en de afgelegde afstand weer ongedaan te maken. Het was een vreemd gezicht, zo in de vroege morgen bij een bijna verlaten tramhalte. Ik keek dan ook gefascineerd toe, terwijl ik mijn zakken doorzocht naar een strippenkaart. Toen mijn handen die niet vonden keek ik naar de grond om te zien of hij er misschien uit was gevallen. Ik had nog maar net scherp gesteld op de met kauwgom beplakte tegels toen een hard scherp geluid mijn hoofd rap omhoog trok en mijn ogen richting naderende tram. Die was keihard aan het remmen geslagen en het kostte me niet lang om te constateren waarvoor. Een schaduw van een man met veel te grote snor strekte zich uit van vlak voor de tram tot aan waar ik stond en werd steeds groter. Met piepende wielen kwam de tram op een centimeter afstand van de snor tot stilstand. De deuren gingen open en mensen stroomden naar buiten. De bestuurder kwam lijkbleek uit de stuurcabine, geschrokken als hij was. Binnen enkele tientallen seconden stond een grote gemengde groep - scholieren waren goed vertegenwoordigd maar ook zakenlui met bijpassende attachekoffer waren van de partij - te staren naar de snor die verdwaasd in de koplampen keek en duidelijk verstaanbaar zei "Prijs de heilige maagd Maria. De hemel heeft zijn poorten voor mij geopend.".

Later las ik in de plaatselijke krant dat de man zelfmoord had willen plegen. Het was echter bij een onsuccesvolle zelfmoordpoging gebleven daar de man de snelheid van de tram niet goed had ingeschat. Treinen waren gevaartes waar hij nog nooit van had gehoord, althans, dat concludeerde ik uit het in de krant vermelde gegeven dat de man nooit de wijk waar hij was geboren uit was geweest. Hij stond daar bekend als als een niet al te snugger figuur. Zijn vader, zo hoorde ik via-via, was een arrogante zakenman die zijn zoon altijd uitschold voor zijn domheid en hem van jongs af aan had ingewreven dat er nooit wat van hem terecht zou komen. Het was een apart verhaal en ik vroeg me af of de gebeurtenis van die mistige ochtend een omkeer zou betekenen in het leven van de snor.

Dat ik het antwoord op die vraag ook zou krijgen, daar had ik eigenlijk niet bij stilgestaan. Toen ik een paar maanden na het voorval met de tram naar Utrecht ging om daar een trein te pakken, zat de snor bij mijn opstaphalte op het bankje. Even kreeg ik het gevoel dat ik iemand zag zitten die allang dood had moeten zijn, vervolgens overviel mij de angst dat hij het nog een keer wilde proberen. Toen hij echter bleef zitten totdat de naderende tram stilstond en toen pas opstond om in te stappen, haalde ik opgelucht adem en liet mijn walkman verder spelen. Het viel me op dat ik weer Danny Dio had opstaan, dezelfde track als toen ik de snor voor het eerst zag. Maar goed, toeval komt vaker voor en ik maakte me verder niet druk, de man had tenslotte geen gekke dingen gedaan. In Utrecht verdween hij evenals ik in de mensenmassa. Ik kocht een treinkaartje en liep op m'n gemak naar het juiste perron. Aan het loket hadden ze me al verteld dat mijn trein er nog niet stond omdat over het betreffende spoor eerst nog een internationale trein zou passeren. Wat er wel stond, of beter gezegd wie, was de snor, die driftig heen en weer liep, terwijl in de verte de internationale trein met grote snelheid naderde...

Terug

Control Panel

Nog geen lid? Meld je dan hier aan!
Laatste Reacties
Zoeken