Door Whistler

Whistler in ZO-Azie III


Whistler in AzieWhistler in Azië“Lucy”,

Lucy is een meisje van zeven en draagt een blauwe baret. Zij tekent de mooiste stoeptekeningen op de stoep voor haar huis. Zij tekent de sunset, de clouds en al de mensen die ze dagelijks ontmoet. Op een dag vraagt een voorbijganger aan haar, “Lucy, after all this are you just giving in today ? I am not giving in, I am finished and walked away”. De jaren gaan voorbij en Lucy krijgt een vriend die ook into arts is. En samen delen ze elkaars mooiste kunstwerken. De jaren gaan voorbij en veel later wordt Lucy opgenomen in het seniorhome waar zij staat ingeschreven. Een zuster staat aan haar bed en deinst verschrikt terug van wat Lucy haar vertelt (want Lucy praat weinig).

'Look, I'venever had a dream in my life
Because a dream is what youwanna do, but still haven't pursued
I knew what I wanted and did it till it was done
So i've been the dream that I wanted to be since day one!'

The nurse jumped back, She'd never heard Lucy even talk,'
Specially words like that
She walked over to the door, and pulled it closed behind
Then Lucy blew a kiss to each one of her pictures
And she died. (Aesop Rock / No regrets)’

Ik geef om Lucy. Om haar ding dat ze doet, op haar manier at all cost. Ondanks wat haar klasgenootjes haar zeggen, en op latere leeftijd, ondanks wat haar buurtgenoten haar zeggen. Lucy tekent haar wereld op de stoeptegels rondom haar ouderlijk huis.

Ik bind de bruine veters van mijn met modder besmeurde bergschoenen zo strak dat het lijkt alsof ze mijn voeten afknellen. De wind waait en mijn groene regenponcho wapperd om mijn lichaam. Het regent, ik lach en ik draai het volume van mijn mp3 speler nog iets harder. Soms ben ik Lucy en zijn mijn dromen niets anders dan de achtergebleven voetafdrukken in het dirt van de road.


Saigon/ 26-07-2006

Ik kijk naar het naakte lichaam van een vrouw. De foto ademt dood in zwart-wit. En van deze afstand lijkt haar onderlichaam bezaaid met kleine zwarte vlekken. Maar als ik dichterbij stap is elke vlek een gapend gat. Ijzeren spijkers sloegen door haar huid, aderen, spieren en beenmerg.

Het gezicht van de jongen, die even oud moet zijn als mij, is een grimas van pijn. Huidweefsel lijkt versmolten met zijn jukbeenderen en oogkassen. Ik staar naar een gezicht dat alle vorm van menselijkheid mist, overgoten met fosfor.

Een foto toont halfnaakte kinderen rennend en schreeuwend langs patrouilerende Amerikaanse soldaten. Aan de horizon zie ik vlagen van zwarte rook van een eerder napalm bombardement. Toeristen staren vol ongeloof naar de foto. Ik moet denken aan een foto van de achterkant genomen. Die toont dezelfde kinderruggen maar dan aangetast door napalm.

Agent Orange. Spikebombs. Napalmbombardementen. Executies. Watertorture en granaatscherven. Landmijnen nestelen zich als kanker langs de wegen en de rijstvelden, met elke stap meer verderf achterlatend.

Ik voel niets. Emotieloos. IJskoud. Om al de foto’s die ik zie, om al de verhalen en om al de koude en ijzeren moordwapens geshowed in de glazen vitrines. Alles dat ik zie lijkt niet te bestaan, niet tastbaar en voelt als een oorlog die niet de mijne is. Why should I care ?

Vanaf een trap ren ik een jongetje achterna die zijn bril vergeet en ik stap in een nagebouwd Amerikaans cellencomplex. Ik stap een volgende kamer binnen, schrik en deins terug. Een donkerbruine en metershoge guilotine staart me aan vanuit de hoogte. Een rieten mand staat ernaast en een foto toont vijf frans kolonisten, die trots het bebloede hoofd van een slachtoffer aan zijn haren in de lucht houden.

Er breekt iets in mij vanbinnen. Al de foto’s, al de verhalen van koude en ijzeren moordwapens geshowed in vitrines zijn echt. De woede, vergelding en waanzin in de foto’s zijn tastbaar. De slachtoffers lijk ik dwars door de foto aan te kunnen raken. De verminkte kinderen, vrouwen, mannen, Amerikaanse soldaten en de door granaatscherven uiteengereten Vietcong strijder zijn echt !

I feel confused. De kiezelstenen onder mijn voeten knarsen onder mijn snelle stappen op zoek naar een uitgang. Ik moet hier weg, ik wil ademenn maar het voelt alsof mijn longen ineen klappen. Buiten het complex staan tientallen toeristen zich te verdringen om op de foto te mogen met raketwerpers, machinegeweren, helicopters, bommenwerpers en tanks. Ik begrijp ze niet en hoofdschuddend loop ik langs hen. Zij zijn nog niet binnen geweest, if they only knew.

“Laura”,

Laura gelooft in Plato. We zitten op een verlicht dakterras en luisteren naar de laatste regendruppels van een eerdere plensbui. Het is al laat, de barjongen kijkt verveeld naar een Vietnameze quiz en verder worden we omringt door lege barkrukken en eettafels. Met het schijnselde van de fel kleurende lampjes kijken we naar Saigon bij nacht. Laura gelooft dat wij op deze wereld zijn om te ontdekken wie wij eigelijk zijn. En gebeurt dat niet in dit leven dat gebeurt dat in een volgend leven of misschien een daarop volgend leven (reïncarnatie). Ik kijk niet naar haar maar zie een omhulsel, een omhulsel dat ooit weer terug zal keren naar de wereld waar zij vandaan komt (vergaan). Maar de soul blijft bestaan en zal weer opnieuw ergens aan zijn reis zal beginnen om te ontdekken wie zij is. Ik vraag Laura wanneer iemand ontdekt wie zij eigelijk is? En wat gebeurt er dan met je als je eenmaal ontdekt heb wie je bent ? Misschien zijn dit wel teveel vragen voor een nacht.

Zij weet het niet, en ik weet het ook niet. Misschien ga je naar een hemel en ben je pas na de lange reis klaar om in een volgende wereld te leven ? En wat is het ontdekken wie jij bent ? Ik moet denken aan het Buddisme en de weg naar verlichting. Volgens mij is verlichting een gevoel dat bij iedereen diep vanbinnen zit en iedereen anders kan beleven. Ik denk aan het gevoel dat je vaart in een zee van chaos, de golven slaan over de reling van de houten visserboot en al de frustratie in mij komt vrij. Ik zie niets meer, alles is donker en vragen kolken door mijn hoofd. Maar dan komt plotseling met het opgaan van de zon komt dit gevoel van verlichting. Het verwarmt mij vanbinnen, de wolken verdwijnen en al de kolkende golven veranderen in het meest heldere water dat ik ooit gevoeld en geproeft heb. Als het water van een kleine en kalm stromende bergbeek dat ik kan drinken. Al de vragen maken sense, de stromende chaos wordt een wardrobe waar elk piece zijn eigen plaatst krijgt en al de frustratie veranderd in liefde (eye for an eye and teeth for an teeth is not the way too settle things vertelt Simon me eerder in Hanoi).

Laura vertelt me dat ze in het nu leeft. Ze leefde in de toekomst en daardoor is ze te bang om te leven en bang om misstappen te maken. Als je teveel in het verleden leeft vergeet je je eigen toekomst (things happend, you got to move on). Ik denk dat als ik nu keuzes maak waar ik achter sta ik nooit met spijt naar mijn toekomst en verleden kan kijken. Want dit zijn mijn keuzes, die ik bewust gemaakt heb. Laura leeft in het nu, met Rosa. En nu met mij aan een houten eettafel in Saigon. En misschien zijn dit inderdaad wel teveel vragen voor een nacht (maar wat een nacht)!

Ik reken de laatste bottles Saigon beer af en langs de vele plassen en hopen zwerfvuil lopen we over een vochtige asfaltweg naar ons guesthouse.

Saigon
Eden Club

Mario en ik staan midden op de dansvloer van de Eden club in Saigon. Free drinks and free food prijkt de flyer. Malibu orange mixdrankjes worden in mijn handen gedrukt terwijl ik nog met mijn Lareu Beer sta. Ik ontmoet Eoin en Edwine uit Ierland die ik eerder in Hoi An en Natrang ontmoet heb. Ik ontmoet twee meiden uit Australie die ik in Natrang ontmoet heb en Mario ontmoette ik al eerder in Natrang en Da Lat. Deze nacht voelt als een reunie en is een geweldige afsluiting voor Vietnam. Morgen ga ik via de border bij Bavet naar Cambodja. Het is al laat, ik moet slapen en morgen heb ik een bus to catch at 7.30.


Phnom Pehn/ Cambodja
“Het kindertehuis”

Ik wil je knuffelen, in mijn armen houden en zoenen in je nek blazen. Ik wil rondjes met je vliegen totdat we duizelig worden en je nooit meer loslaten. Soe, Cat, Guinevere, Mary en ik zijn al een aantal dagen in een kindertehuis in Phnom Pehn. We worden omringt door straatkinderen van alle leeftijden. Sommige staren ons verlegen aan maar de meeste kijken toch nieuwschierig naar de rugtassen vol fruit, rijst, pennen, schriften, tandenborstels en zeepjes. We vragen naar elkaars namen, uit welke landen we komen en spelen een partij voetbal met twee van de kinderen. Guinevere is Gerard, ik ben Owen en de twee andere kinderen zijn Beckham en Zidane. We verliezen met 4-1 en onder het stof, blauwe plekken, maar vooral hard lachend verlaten we stoffige speelplaats. Back in de tuk-tuk terug naar het hotel vraagt Cat me of ik van kinderen houd? Nee, eigenlijk niet is mijn antwoord. Ze reageert verbaasd en kan me niet geloven.

Ik weet het niet. Dingen maken me verward sinds ik hier ben want dit voelt zo dichtbij. “This is real”. Want als ik naar de in gescheurde kleren geheulde kinderen kijk moet ik aan mijzelf denken. Ik denk aan al de kansen die heb. Ik studeer en ik kan deze reizen maken. Maar ik denk vooral aan al de liefde die ik (wel) gehad heb. Misschien is het daarom dat ik uit de hotels waar ik geweest ben de tandenborstels meegenomen heb. Misschien is het daarom dat ik in de stad een leren voetbal gekocht heb om weg te geven. En misschien is het daarom dat ik al de ballonnen, schriften en pennen al weken in mijn tas heb om nu weg te geven. Maar vooral daarom is het dat ik in een dag al de liefde probeer te geven die ik (wel) gehad heb.

Ik ben ziek en lig met koorts op bed. Ik kan de laatste dag niet naar het kindertehuis want morgen vertrek ik naar Kratie in oost-Cambodja. Soe staat in de deuropening van de hotelkamer en zegt tegen me; ik ga de kinderen ontzettend missen.
Ik ook...


Travels,
Dag: 33
Uitgaven: 800/ 1000 $

Ik wil met Soe praten, gewoon om haar te vertellen dat het goed met me gaat. En dat ik eindelijk in Oost-Cambodja gevonden heb wat ik al lang miste.

Ik reis in de back van open pickup truck’s. Opgestapeld tussen de vele mensen, jerrycans vol vissen, manden met kippen en zakken vol fresh fruit. Fuck de fancy airco gekoelde touringcar bussen vol verbrande touristen. We razen over de ondergelopen dirt-roads in de outback van Cambodja. We passeren jungles, rijstvelden die glinsteren in de opkomende zon en passeren de houten huizen gebouwd op palen om ze te beschermen tegen het stijgende water van de Mekong River. Oost-Cambodja voelt als een groot avontuur en achter elke bocht ligt een nieuwe wereld om te ontdekken. Ik weet niet wat er gaat gebeuren, of onze truck de heuvel op zal komen en hoeveel kilometers we kunnen maken voordat we met een zwart rokende motor in de modder van de weg staan. Vrachtwagens afgeladen met goederen bijten zich stuk op de gladde wegen en hele dorpen stromen leeg om ze tegen betaling de helling op te duwen. Ik passeer de groenen, glooiende grasheuvels van Sen Monorom en ik ben op weg naar Ban Lung. Ik wil het krater meer zien en zwemmen in haar warme water terwijl de regen druppelt op mijn gezicht.

Ik krijg drie zoenen op mijn wang, een Italiaanse gewoonte vertelt Luca me. Hij gaat naar Laos en zal me een postcard sturen vanuit India. Ik kan niet wachten totdat ik op een ochtend zijn kaart vind op onze deurmat.

Mijn kleren zijn al dagen vochtig en besmeurd met rode moddervlekken. Ik zit onder de blauwe plekken en schrammen van de lange reizen die ik maak. Ik heb kleine brandwonden van de laatste rit achter op een motor in het holst van de nacht. We zijn drie keer onderuit gegleden op de gladde bergwegen. Ik heb al dagen geen toerist gezien en de mensen staren me aan en lachen om mijn tshirt dat ik draag. Dit is reizen voor mij. Ik geniet van ALLES.

Thomas/ Hardcore traveling in Cambodja.

Terug

Control Panel

Nog geen lid? Meld je dan hier aan!
Laatste Reacties
Zoeken